Huisvesting


Binnen in huis

Voor Testudo hermanni boettgeri is het normaal niet nodig een binnenterrarium in te richten, dit is slechts nodig indien de dieren te jong (eerste levensjaar), te zwak of ziek zijn zodat ze niet in een jaarlijkse winterslaap mogen en kunnen gaan!

Een gezond dier moet, net zoals in de natuur, een periode van winterslaap - winterrust doormaken.

Indien de situatie zich toch voordoet volgen hier enkele tips om het terrarium in te richten. Misschien niet de knapste inrichtig, maar indien het om zieke dieren gaat primeert het reinigingsgemak over het esthetische aspect.

De dieren moeten om te beginnen voldoende warmte hebben: een aangename 20 - 25°C zou voldoende moeten zijn om het dier comfortabel te huisvesten.
Een lamp die voorziet in de noodzakelijke Ultra violet (UV) en Infra rood (IR) stralen mag niet ontbreken, deze lamp zorgt voor de goede ontwikkeling van hun schild en hun vitaminenbalans.

Landschildpadden zitten ook niet graag open en bloot en hebben dus iets nodig om zich onder te verbergen: enkele decoratieve stenen of een stuk schors van bvb. kurkeik volstaat.

Gebruik een substraat op de bodem dat makkelijk verwijderbaar of reinigbaar is, bvb. kranten met een laagje schorsbrokken erop om een 'ruwere' onderlaag te verkrijgen. De kranten samen met de schors zijn eveneens makkelijk te composteren...

Buiten in de tuin

Zodra de temperaturen hoog genoeg zijn, kunnen de dieren buiten geplaatst worden waar ze de noodzakelijke zonnestralen kunnen absorberen.
Hou er rekening mee dat vroeg op het seizoen de dieren s'nachts best terug binnen geplaatst worden, maar tijdens de zomermaanden is dit niet nodig indien er voldoende schuilplaatsen voorzien zijn.

Doorgaans wordt voor een volwassen landschildpad een minimum oppervlakte voorzien van 3 - 4 m², voor elk bijkomend dier doe je hier best nog eens 1 - 1,5 m² bij.

De dieren moeten voldoende ruimte hebben om elkaar te ontlopen indien nodig. Enkele vrouwtjes kunnen meestal zonder probleem samenleven en eventueel een mannetje erbij kan zeker geen kwaad. Voorzie dan zeker ook een plekje met los zand waar de vrouwtjes hun eieren kunnen begraven. Erger is het als rivaliserende mannetjes samen zitten en er onvoldoende plaats is om elkaar te ontwijken: gevechten zijn dan het gevolg.

Testudo hermanni boettgeri's zijn intelligente dieren die graag wat afwisseling hebben, op ontdekking uit gaan en berucht zijn voor hun ontsnappingskunsten!
Hier moet je zeker ook voldoende rekening meehouden bij de aanleg van hun buitenverblijf. De hoogte van een ideale omheining is minstens 1,5 maal de lengte van het dier, dit gemeten op de buikzijde, met gestrekte poten, en is minstens een dertigtal cm ingegraven in de grond.

Voorzie zeker een afdak waar de dieren kunnen schuilen voor de zon. Landschildpadden zijn, ondanks hun voorliefde voor een zonnig plekje, ook zeer gevoelig voor een hitteslag!
Een kunstmatige grot gemaakt van enkele sierstenen is functioneel en decoratief.

Indien mogelijk voor de koudere dagen in ons klimaat kan je ook een afdakje in doorschijnende plastiek of glas voorzien. Daar kunnen de dieren toch op temperatuur komen als de zon wel schijnt maar niet veel warmte geeft.

Enkele struikjes waar ze onder kunnen kruipen en graven zullen zeker in de smaak vallen. Bescherm de wortels van de plant of accepteer dat je bijna jaarlijks nieuwe beplanting moet voorzien.

Wat niet mag mag ontbreken is water!
Hoewel de dieren veel vocht uit hun voedsel halen nemen ze ook graag een bad. Ze benutten deze kans om te drinken en hun lichaam te zuiveren. Voorzie dus een ondiepe schaal voor water die makkelijk te reinigen is en voldoende groot voor het dier om helemaal in te kunnen liggen. Het water mag niet hoger komen dan halverwege hun voorpoten als ze met het buikschild contact maken met de bodem.
Leg ook enkele grote kiezelstenen in de schaal. Als het dier op de rand stapt zal de schaal met water minder snel omvallen en mocht het dier op z'n rug in het water terecht komen kan het zichzelf afzetten tegen de stenen en zelf terug recht kruipen.

Het beste is om de dieren te wennen aan een vaste voederplaats, bijvoorbeeld een platte steen, waar je het voedsel oplegt. Dat maakt het makkelijk om etensresten te verwijderen en de voederplaats te reinigen.

Voor (nog te) kleine landschildpadjes moeten zeker 1 extra voorziening getroffen worden: je spant best een net over hun verblijf om andere dieren buiten te houden: vogels kunnen de kleintjes makkelijk meenemen en honden en katten 'spelen' vaak met die 'bewegende stenen'.

Met al deze punten in het achterhoofd, en voor de rest het gebruik van gezond verstand is het echt niet moeilijk je griekse landschildpadden te houden en er ten volle van te genieten.

Voeding


Bij het houden en verzorgen van een dier en zeker één dat nooit volledig gedomesticeerd kan worden is het belangrijk om een dieet te voorzien dat het natuurlijke dieet van dat dier zo dicht mogelijk benadert.
De juiste verhouding aan vitaminen, mineralen, vezels en proteïnen moet gerespecteerd worden juist omdat het dier niet vrij kan zoeken naar de voedingsstoffen die het in de natuur zou vinden en het vaak met de voorhanden zijnde alternatieven moet doen.
Dit is de taak die de verzorger op zich moet nemen, en zoveel mogelijk proberen alle potentieel schadelijke produkten en / of planten die het zou kunnen uitproberen als voedsel ver van het dier houden.

De gouden regel is, net zoals bij mensen, zo gevarieerd mogelijk en alles wat op dat ogenblik in de natuur voorhanden is zo optimaal mogelijk benutten.
Landschildpadden onder stress of zieke dieren benutten niet optimaal wat ze tot zich nemen. Veel van het voedsel dat landschildpadden tot zich nemen heeft een lage voedingswaarde en hoge vezelwaarde.
Vitamine-preparaten mogen niet puur gegeven worden, maar indien nodig gemengd onder het voedsel toegediend. Indien de dieren voldoende blootgesteld worden aan zonlicht of UV-stralen moet je zeker oppassen met het toediening van vitamine D3!
Voedselvertering bij reptielen is temperatuursgebonden: op koudere dagen zullen de dieren minder tot geen voedsel tot zich nemen.

Vlak voor de winterslaap intreedt is het te koud geworden om te eten en dit zorgt er tevens voor dat de dieren stilaan hun ingewanden ledigen zodat er niets achterblijft tijdens hun winterslaap.
Als de dieren in het voorjaar wakker worden zullen ze de voorraden die ze verbruikt hebben terug moeten aanvullen, reserves opbouwen voor de volgende winter en tevens in die korte tijd voldoende extra's tot zich nemen om energie te kunnen steken in groei en voortplanting.

De regel is zo gevarieerd mogelijk voedsel voorzien en indien het duidelijk is dat slechts 1 soort voedsel selectief gegeten wordt en de rest blijft liggen moet er actie ondernomen worden! Het kan even duren vooraleer de dieren iets anders tot zich nemen en deze dieren hebben de capaciteit om langere periode niet te eten, maar het is belangrijk dat ze niet 'verslaafd' worden aan 1 soort voedsel

Wanneer men de dieren correcte aangepaste voeding geeft en rekening houd met hun behoeften kunnen een groot deel van de mogelijke problemen vermeden worden.

Wat wel en niet aan uw landschildpad voederen

Griekse landschildpadden zijn planteneters!
Wat landschildpadden voornamelijk moeten krijgen is voedsel met weinig vet, weinig proteïnen, veel vezels en voldoende sporenelementen met een redelijk hoge concentratie aan calcium.

Hun dieet is op te delen in 3 grote groepen: het belangrijkste deel zijn de kruiden en 'wild voedsel', gevolgd door groenten en om af te ronden fruit.

Fruit mag niet teveel gegeven worden!
Vooral fruitsoorten met en hoog suikergehalte worden vaak vlot gegeten, maar net zoals bij mensen kan dit schadelijk zijn voor de landschildpadden.

Groenten, en vooral bladgroenten zijn welkom.
Sla en dan vooral Ruccola, krul- en ijsbergsla kunnen gegeven worden, maar ook spinazie en andijvie.

Koolsoorten (witte kool, bloemkool, ...) mogen als kleine tractatie.
bij bloemkool en broccoli dan vooral het harde groene hart van de krop gebruiken.

Peulvruchten zoals erwten, bonen, alfalfa, ... moeten zo weinig mogelijk gegeven worden.
Dit zijn allen groenten met hoge proteïne gehalte en kunnen vergroeiingen van het schild veroorzaken wanneer ze te frequent en in te grote hoeveelheden gegeven worden.

Geef nooit melk, brood in melk geweekt, kaas, cakes, ... aan landschildpadden, dit is vragen om problemen!

Voor mensen die de exotische toer op willen is Opuntia een goede bron van vezels, zeker de vruchten van deze cactussoort, maar ook de platte bladeren worden graag gegeten!

Hieronder volgt een lijst van verschillende 'kruiden' die bij mij de hoofdmaaltijd van m'n landschildpadden vormt:

nederlandse naam wetenschappelijke naam
Paardebloem Taraxacum officinale
Leeuwetand Leontodon spp.
Melkdistel Sonchus spp.
Bitterkruid Pictis spp.
Wilgsla / Wilde sla Crepis spp.
Weegbree Plantago spp
Klaversoorten Trifolium spp.
Kamperfoelie Lonicera periclymenum
Biggekruid Hypochoeris spp.
Wikke Vicina spp.
Rolklaver Lotus spp.
Kaasjeskruid Malva spp.
Haagwinde Calystegia spp.
Vetkruid Sedum spp.
Leeuwebek Cymbalaria spp.
Braambessen (scheuten & jonge bladeren) Rubus fruticosus
Acanthus Acanthus spp.
Netels Lamium album / purpureum
Muur (vogelmuur) Stelaria media
Raket Sisymbrium officinale


Voor ons lijkt het logisch: citrusfruit, vitamine C is gezond, maar ABSOLUUT NIET voor landschildpadden!
Dus geen citroenen, sinaasappelen, pompelmoes, pomelo of hun schillen geven want dit is schadelijk voor hun ingewanden!
Ook ananas behoort niet tot hun voedselpakket!
Geef niet teveel banaan: hoewel dit graag gegeten wordt mag hier niet mee overdreven worden!

Wat wel mag: beperkte porties steenvruchten (perzik, nectarine, pruimen, ....)
Meloensoorten, vooral watermeloen, is vaak welkom als vochtbron op warme dagen en heel af en toe eens een aardbei.

Denk aan wat het dier in zijn natuurlijke omgeving zou vinden en probeer zijn dieet daarop zoveel mogelijk af te stemmen.

Winterslaap


Voor de winterslaap van een griekse landschildpad zijn er toch enkele punten waar een eigenaar op moet letten: een dier mag enkel in winterslaap gaan wanneer het voldoende reserves heeft opgebouwd, geen duidelijke verwondingen heeft en niet ziek is!

Jonge dieren (< 1 jaar) kan je best niet laten winterslapen. Ze geven zichzelf een rustperiode met verminderde activiteit, maar ze blijven best toch in een terrarium bij +/- 20 - 25°C zitten. De jonge dieren nemen weinig tot geen voedsel tot zich van half oktober tot eind december maar daarna worden ze plots terug actiever en zullen ze meer voedsel tot zich beginnen nemen.
Dieren die hun eerste winter reeds meegemaakt hebben kunnen het tweede jaar een korte winterslaap doorstaan. Ze zullen uit zichzelf waarschijnlijk vroeger wakker worden (reeds in februari).

Alle dieren, jong zowel als oud, mogen aan het eind van hun winterslaap maximaal 10% van hun gewicht verloren hebben. Meer dan 15% is zorgwekkend en indien het zelfs meer dan 20% bedraagt moet je die landschildpad onmiddelijk warm zetten, goed wakker krijgen en proberen bij te voederen! Een bezoek aan de dierenarts is zeker aan te raden bij zo'n geval van ernstig gewichtsverlies.

De inrichting van een winterslaap verblijf is zeer eenvoudig: een houten krat, voldoende groot, gevuld met droge bladeren, stro of hooi.

Als je ziet dat in het najaar dat je landschildpad zich niet ver meer van een bepaalde plek verplaatst, dat het wat ligt te genieten van de laatste zonnestralen maar voor de rest tot niet veel extra activiteit overgaat en dat het soms daar in de buurt reeds een hol aan het graven is geweest, dan weet je dat het begin van de winterslaap periode nabij is. Meestal is dit vanaf eind september, begin oktober.

Geef op dat moment de landschildpad een lauw bad om het de mogelijkheid te geven om z'n systeem te reinigen en z'n darmen te ledigen. Geef het geen voedsel meer, maar plaats het in een rustige, koele maar vorstvrije plek bvb. een kelder of een koele bergplaats.

Zorg ook dat er geen knaagdieren aan de schildpad kunnen komen!
In de winter is een weerloos dier in winterslaap vaak een bron van extra proteïnen voor dieren die het gedurende een barre winter moeilijk hebben.
Ga gedurende de winterperiode geregeld even voorzichtig checken of alles nog OK is (geen rottende bladeren, stro of hooi in de bak, dat het dier niet plots wakker geworden omdat het toch te warm was in de bergruimte, ...)

Als alle naar wens verloopt wordt het dier eind maart, begin april vanzelf terug wakker. Dat is terug een teken voor de eigenaar om een lauw badje te voorzien en voorzichtig wat geselecteerd voedsel aan te bieden, maar niet teveel ineens!
Het kan voorvallen dat je landschildpad de eerste dagen nog geen interesse voor voedsel vertoont.
Indien het gewichtsverlies de hiervoor besproken grenzen niet overschrijdt is er geen probleem. Na een paar dagen zal het dier vanzelf terug voedsel tot zich beginnen nemen.

Als het dier blijft weigeren voedsel tot zich te nemen kan een bezoek aan de dierenarts nodig zijn voor een check-up.
Een onderzoek naar eventuele ziekes of een gedwongen voedingssessie om het verteringsmechanisme opnieuw op gang te krijgen zijn mogelijk. Na een tijdje begint het vanzelf wel weer als vanouds te eten als er geen andere oorzaken te vinden zijn.

Ziektes


Ziektes en hun symptomen kunnen meestal teruggebracht worden tot 3 verschillende oorzaken. Voedings-gerelateerde aandoeningen, parasitaire aandoeningen en bacterie- en virusinfecties.
Een belangrijk gegeven is dat zieke dieren, vooral die lijden onder een bacteriële, virale of parasitaire infectie altijd en onmiddelijk in isolatie moeten geplaatst worden. Dieren met een voedingsgerelateerde aandoening zijn misschien niet besmettelijk, maar een dier dat apart zit kan beter opgevolgd worden en correcte voeding en eventueel medicatie kan makkelijker gegeven worden.

Van de bacteriële en virale infecties is vooral een 'gewone' verkoudheid gevaarlijk. De dieren scheiden een vochtig slijm af door de neusgaten of 'blazen belletjes' en rond de neusgaten zit vaak een witte rand van opgedroogd slijm. Indien de dieren te vochtig en te koud gehouden worden is dit een frequente aandoening die onmiddelijk behandeld moet worden. Een gewone, relatief makkelijk te behandelen verkoudheid kan verergeren in een longontsteking die in de meeste gevallen dodelijk is tenzij een intensieve antibioticum kuur gevolgd wordt. Bij de eerste tekenen van een verkoudheid moet je de landschildpad onmiddelijk warm zetten en een dierenarts consulteren.

Bij de parasitaire aandoeningen moet men vooral denken aan worminfecties inwendig en teken en mijten uitwendig.
Teken bijten zich vast in de zachte huiddelen van de schildpad en ze zijn te verwijderen met een speciaal tekentangetje zoals ook gebruikt wordt voor katten en honden. Mijten kan men best laten behandelen met een product door, of verkregen via, een dierenarts.
Worminfecties zijn ofwel op te merken door een verlies in gewicht van het dier, ofwel kunnen er duidelijke tekenen van uitgescheiden wormen/ eitjes in de uitwerpselen van de schildpad te vinden zijn. Ook dit is makkelijk te verhelpen door een ontwormingsmiddel te verkrijgen bij je dierenarts. Best is zelfs dat je dit gewoon jaarlijks een keertje doet met al je dieren en preventief zo snel mogelijk uitwerpselen verwijdert. Dit vermindert de kans op besmetting bij je andere landschildpadden als het dier nog niet in isolatie geplaatst is en een worm infectie vastgesteld is.

Voedingsgerelateerde aandoeningen zijn vaak al begonnen op jonge leeftijd en komen vaak pas jaren later tot uiting. Vaak zijn ze ook inwendig en alleen met behulp van röntgenopname te zien.

Bij een vitaminegebrek kan dit gevolgen hebben op de groei van het schild en de botten van het dier, vooral indien de verhouding van de sporen-elementen calcium / fosfor verstoord is. Dit hangt ook samen met de aanwezigheid van vitamine D3, dat dan weer aangemaakt wordt door de dieren zelf in aanwezigheid van voldoende zonlicht. Vitamine D3 kan echter in overmate aanwezig zijn wanneer de eigenaar dit extra toedient en kan zelfs tot een vergiftiging leiden. Teveel vitamine D3 kan leiden tot mineralisatie van zachte weefsels. (artrose - verkalking), teweinig kan osteoporose en gebrekkige beweeglijkheid veroorzaken.
Vitaminepreparaten kunnen voordelig zijn, maar dienen altijd met mate gebruikt te worden, beter nog is het geven van een geschikt gevarieerd dieet en voldoende UV-licht!

Oppassen met vet en zeker geen honden of kattenvoer geven!
Dit kan leiden tot een vervetting van de lever waardoor de dieren geelzucht oplopen en geen vitamine A meer kunnen vasthouden in hun systeem. Dit kan onder andere problemen opleveren met hun ogen. Ook schildpadden kunnen leiden aan vetzucht.

Eveneens oppassen met een overmaat aan proteïnen. Die kunnen weer de oorzaak zijn van een overdreven versnelde groei, en bij gebrek aan voldoende calcium als element in de voeding een van de grootste doodsoorzaken bij jong dieren. Vaak komt dit tot uiting in een misvorming van het schild. Een tweede, inwendig en dus onzichtbaar, dus ook gevaarlijker effect, is de vorming van nier-, of blaasstenen.

Schildpadden lijken dan wel stevige dieren, maar net als elk levend dier hebben ook zij zowel hun sterke als hun zwakke punten.
Observeer uw huisdier en indien het afwijkt van zijn normale gedrag, onderneem actie. Wacht niet want dan kan het reeds te laat zijn!